ECLI:NL:CBB:2012:BZ1131
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- S.C. Stuldreher
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen weigering bedrijfstoeslag voor begraasde percelen met beperkte landbouwactiviteit
Appellanten A en B hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Economische Zaken waarin hun aanvragen voor bedrijfstoeslag op basis van begraasde percelen met beperkte landbouwactiviteit (gewascodes 2301 en 2302) werden afgewezen. Verweerder stelde dat de percelen onvoldoende waren begraasd met minimaal 0,15 grootvee-eenheden (GVE) per hectare, zoals vereist volgens de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en Europese verordeningen.
Het College overwoog dat de gewascodes 2301 en 2302 duidelijk onderscheiden moeten worden en dat percelen met code 2302 begraasd moeten zijn met minimaal 0,15 GVE per hectare. Verweerder baseerde zijn vaststelling op het I&R-register, waaruit bleek dat appellanten in het relevante jaar geen runderen hielden. Appellanten voerden aan dat zij wel begrazing hadden, maar dat dit niet was geregistreerd in het I&R-systeem en dat overmacht vanwege weersomstandigheden de beweiding verhinderde.
Het College stelde vast dat het I&R-register in Nederland als betrouwbaar wordt beschouwd en dat het ontbreken van registratie betekent dat er geen begrazing was. Het beroep op overmacht werd verworpen omdat de weersomstandigheden niet als abnormaal en onvoorzienbaar konden worden aangemerkt. Ook was niet voldaan aan de meldingsplicht binnen de gestelde termijn. Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van bedrijfstoeslag wegens onvoldoende begrazing op percelen worden ongegrond verklaard.