ECLI:NL:CBB:2012:BZ1418
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen randvoorwaardenkorting GLB-inkomenssteun wegens niet-emissiearm aanwenden mest
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin een korting van 20% werd opgelegd op de GLB-inkomenssteun voor het jaar 2009. Deze korting werd opgelegd vanwege het niet-emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen, een randvoorwaarde voor het ontvangen van rechtstreekse landbouwsteun.
De controle op 3 februari 2009 toonde aan dat appellante dierlijke mest op een niet-emissiearme wijze had uitgereden, hetgeen zij niet betwistte. Appellante voerde aan dat haar methode, ondersteund door een praktijkproef en het gebruik van FIR-preparaten, milieuvriendelijker zou zijn en dat de strafrechter haar schuldig had verklaard zonder strafoplegging.
Het College oordeelde dat de geldende regelgeving voorschrijft dat mest emissiearm moet worden aangewend volgens de bijlage bij het Besluit gebruik meststoffen. De methode van appellante voldoet hier niet aan en de niet-naleving is opzettelijk. De door appellante gebruikte FIR-methode is niet erkend als emissiebeperkend. De strafrechtelijke beslissing staat los van de bestuurlijke sanctie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 20% blijft van kracht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de randvoorwaardenkorting van 20% op de GLB-inkomenssteun 2009 wordt ongegrond verklaard.