ECLI:NL:CBB:2012:BZ2028
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling randvoorwaardenkorting op GLB-inkomenssteun wegens niet-emissiearm uitrijden van mest
Appellante, een vennootschap onder firma, maakte bezwaar tegen een besluit waarbij de Staatssecretaris van Economische Zaken een randvoorwaardenkorting van 20% oplegde op de rechtstreekse betalingen voor 2008 vanwege het niet-emissiearm uitrijden van mest op een perceel grasland.
De niet-naleving werd vastgesteld door opsporingsambtenaren en betrof het gebruik van een niet-emissiearme methode, terwijl de regelgeving dit verbiedt. Appellante voerde aan dat zij een natuurlijk kringloopsysteem toepast dat milieuvriendelijk is en dat FIR-preparaten een positief effect zouden hebben, maar dit werd door het College en het Planbureau voor de Leefomgeving niet erkend.
Het College oordeelde dat appellante bewust handelde in strijd met de beheerseisen zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 1782/2003 en het Besluit gebruik meststoffen, en dat de korting derhalve terecht is toegepast. Er waren geen omstandigheden die een verlaging van de korting rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de 20% randvoorwaardenkorting wegens niet-emissiearm uitrijden van mest wordt ongegrond verklaard.