ECLI:NL:CBB:2012:CA2125
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij samenhangende bezwaren tegen heffingsbesluiten
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Tuinbouw waarin bezwaren tegen opgelegde heffingen over de jaren 2005 tot en met 2007 gegrond werden verklaard en proceskostenvergoeding werd toegekend. De kern van het geschil betrof de hoogte van de proceskostenvergoeding die verweerder had toegekend.
Verweerder had aanvankelijk alle bezwaren als samenhangende zaken beschouwd en één proceskostenvergoeding met een vermenigvuldigingsfactor toegekend. Later werd dit herzien naar een vergoeding voor drie punten, waarbij sommige bezwaren als samenhangend werden beschouwd en andere afzonderlijk. Appellanten stelden dat voor elk bezwaar afzonderlijk een vergoeding had moeten worden toegekend.
Het College oordeelde dat de bezwaren die als samenhangend werden beschouwd inderdaad nagenoeg gelijktijdig waren ingediend, binnen een periode van maximaal zes weken, en dat de toegepaste regeling daarom correct was. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit werd gegrond verklaard voor zover het de proceskostenvergoeding betrof, maar het beroep tegen het herziene besluit werd ongegrond verklaard.
Het College veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van appellanten tot een bedrag van €874,-- en tot vergoeding van het griffierecht van €310,--. Hiermee werd het geschil over de hoogte van de proceskostenvergoeding definitief beslecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 10 januari 2012 wordt gegrond verklaard voor de proceskostenvergoeding, het beroep tegen het besluit van 8 juni 2012 ongegrond, en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €874 aan proceskosten en €310 aan griffierecht.