ECLI:NL:CBB:2013:139

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
7 augustus 2013
Publicatiedatum
18 september 2013
Zaaknummer
AWB 12/139
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.E. Doolaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:68 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening en verwijzing van zaak inzake opzettelijke onjuiste opgave landbouwgronden GLB-inkomenssteun

Appellante, een maatschap, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken betreffende haar bedrijfstoeslag voor 2010 op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. Verweerder betwist de juistheid van de opgave van een aantal percelen in de Gecombineerde opgave, omdat deze percelen volgens verweerder niet als landbouwgronden kunnen worden beschouwd.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 26 juni 2013 de zaak behandeld en ziet aanleiding het onderzoek te heropenen. Dit vanwege de noodzaak nader te onderzoeken of sprake is van een opzettelijke onjuiste opgave in drie achtereenvolgende jaren. Tevens moet worden beoordeeld of de sanctie van nihilstelling van de uitbetaling over drie jaar verenigbaar is met de terughoudende lijn die verweerder hanteert bij de opbouw van de AAN-laag.

Daarom is besloten de zaak door te verwijzen naar de meervoudige kamer voor een verdere inhoudelijke behandeling. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden. Het vonnis is gegeven door raadsheer W.E. Doolaard in aanwezigheid van griffier E. van Kerkhoven.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en de zaak wordt verwezen naar de meervoudige kamer voor verdere behandeling; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 12/139
5101
Beslissing van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2013 op grond van artikel 8:68 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tot heropening in de zaak tussen

maatschap [A] en [B], te [vestigingsplaats], appellante

en

de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: drs. M. Star).
Appellante heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 23 december 2011 inzake haar bedrijfstoeslag voor het jaar 2010 op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.
Op 26 juni 2013 heeft de enkelvoudige kamer van het College deze zaak ter zitting behandeld.
Verschenen zijn [B] en verweerders gemachtigde. Na de behandeling ter zitting is het onderzoek gesloten.
Het College ziet aanleiding het onderzoek te heropenen en de zaak ter verdere behandeling te verwijzen naar de meervoudige kamer.
Hetgeen aan appellante in deze zaak wordt tegengeworpen is de opgave van een aantal percelen in haar Gecombineerde opgave, die naar verweerders oordeel niet als landbouwgronden beschouwd kunnen worden. Verweerder vindt dat het hier gaat om een opzettelijke onjuiste opgave in drie achtereenvolgende jaren.
Reden voor de verwijzing is dat nader onderzocht en beoordeeld dient te worden of in het hier aan de orde zijnde jaar van een opzettelijk onjuiste opgave gesproken kan worden. Dan rijst vervolgens de vraag of de door verweerder in dit geval aan zijn bevindingen verbonden gevolgen – voor drie jaar op nihilstelling van de uitbetaling – verenigbaar zijn met de terughoudender lijn, die in het kader van de opbouw van de AAN-laag door verweerder gevolgd is en welke consequentie daaraan eventueel voor het hier aan de orde zijnde besluit verbonden kan worden.

Beslissing

Het College:
  • heropent het onderzoek;
  • verwijst de zaak ter behandeling naar een meervoudige kamer;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gegeven door mr. W.E. Doolaard, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. E. van Kerkhoven, griffier.
w.g. W.E. Doolaard w.g. E. van Kerkhoven