ECLI:NL:CBB:2013:21
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bedrijfstoeslag GLB-inkomenssteun
Indiener heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken over de bedrijfstoeslag in het kader van de GLB-inkomenssteun 2006. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft dit beroep op 11 januari 2013 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep geen procesbelang had; de staatssecretaris had al de maximale toeslag toegekend.
Indiener deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om een zitting, maar zowel hij als de staatssecretaris verschenen niet op de zitting van 22 maart 2013. Het College beoordeelde of het buiten redelijke twijfel was dat het beroep niet-ontvankelijk was.
Indiener stelde dat de vaststelling van de bedrijfsoppervlakte wel degelijk van belang was, ook in verband met de Meststoffenwet, en dat het College bevoegd was hierover te oordelen. Het College oordeelde echter dat het beroep gericht was op een hogere toeslag die niet mogelijk was omdat de maximale toeslag al was toegekend. De vastgestelde oppervlakte in de uitspraak was niet bindend voor de Meststoffenwet. Daarom bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand en werd het verzet ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.