Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2013 in de zaak tussen
maatschap [A], [B] en [C], te [vestigingsplaats], appellante
de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
a) om het even welke landbouwgrond van het bedrijf, (…), die wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of die, indien de grond ook voor niet-landbouwactiviteiten gebruikt, overwegend voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt (…)
Voor de toepassing van artikel 34, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt landbouwgrond van een bedrijf die ook voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, aangemerkt als overwegend voor landbouwdoeleinden gebruikte grond indien het uitoefenen van de landbouwactiviteit geen noemenswaardige hinder ondervindt van de intensiteit, de aard, de duur en de planning van de niet-landbouwactiviteiten. (…)”
Beslissing
- verklaart het beroep onder nummer 12/1034 niet-ontvankelijk;
- het beroep onder nummer 12/550 gegrond en vernietigt het besluit van 23 april 2012;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen het besluit van 5 juli 2011 met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 991,60;
- draagt verweerder op het in het beroep onder nummer 12/550 betaalde griffierecht van € 310,- aan appellante te vergoeden.