Appellante is een superheffing opgelegd omdat zij haar melkquotum met 88.446 kg heeft overschreden. Zij stelde bezwaar en beroep in tegen deze heffing, stellende dat de heffing in strijd is met de doelstellingen van de superheffingsregeling en het EU-recht, en dat de wijze van bemonstering van het melkvetpercentage onnauwkeurig is.
Het College verwijst naar een eerdere uitspraak waarin dezelfde beroepsgronden zijn behandeld en overweegt dat de heffing is gebaseerd op overschrijding van het nationale quotum, niet het communautaire quotum. De regeling is bedoeld om de gemeenschappelijke markt te beschermen en overproductie te voorkomen, waarbij het nationale quotum bepalend is voor het opleggen van superheffing.
Verder oordeelt het College dat de gebruikte handmatige bemonstering volgens de Zuivelverordening 2000 voldoet en dat eventuele meetafwijkingen elkaar opheffen, waardoor het nationale quotum niet onterecht wordt overschreden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.