Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 28 november 2013 in de zaken tussen
Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster
Procesverloop
Overwegingen
Op 28 juli 2009 heeft Delta aan Roompotsluis een offerte uitgebracht voor de door haar gevraagde aansluiting. Delta heeft daarbij geen aanbieding voor het transport van elektriciteit gedaan, met als redengeving dat de transportcapaciteit van het net ter plaatse onvoldoende is om het door Roompotsluis aangevraagde vermogen te kunnen afvoeren. Roompotsluis heeft deze offerte niet geaccepteerd en op 20 oktober 2009 een klacht bij ACM ingediend.
In artikel 23, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet is bepaald dat een door een verzoeker gevraagde aansluiting tot 10 MVA door de netbeheerder wordt gerealiseerd binnen een redelijke termijn, die in ieder geval is verstreken wanneer de aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat het verzoek daartoe bij de netbeheerder is ingediend. Artikel 23, derde lid, aanhef en onder b, van de Wet bepaalt hetzelfde voor een aansluiting voor een productie-installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit of een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, tenzij de netbeheerder niet in redelijkheid kan worden verweten dat hij de aansluiting niet binnen de genoemde termijn heeft gerealiseerd. Tussen partijen is niet in geschil en ook het College gaat ervan uit dat de aansluiting waar Roompotsluis in dit geval om heeft verzocht als een aansluiting tot 10 MVA moet worden aangemerkt en dat deze aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat Roompotsluis haar verzoek om die aansluiting bij Delta heeft ingediend. ACM heeft daarom terecht vastgesteld dat Delta in dit geval de wettelijke aansluittermijn van 18 weken als bedoeld in artikel 23, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet heeft geschonden. Het betoog van Delta ter zitting dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat de termijn van 18 weken pas gaat lopen vanaf de dag, gelegen 18 weken voor 1 april 2012, omdat de aansluiting feitelijk pas kan worden gerealiseerd nadat de windturbines zijn geplaatst, faalt. Zoals Roompotsluis ter zitting terecht heeft opgemerkt, gaat het in het geval van een aansluiting als hier aan de orde om een verbinding tussen een net en een onroerende zaak. De onroerende zaak is hier een perceel grond, zodat de aansluiting kan worden gerealiseerd zonder dat de betreffende windturbines op dit perceel zijn geplaatst. Evenmin is hier, zoals Delta ter zitting verder nog heeft betoogd, de uitzondering als genoemd in artikel 23, derde lid, aanhef en onder b, van de Wet van toepassing. Zoals blijkt uit de parlementaire geschiedenis waarnaar Roompotsluis ter zitting heeft verwezen (Kamerstukken I 2009-2010, 31 904, nr. C, p. 12 en nr. D, p. 29), geldt in dit geval onverkort de termijn genoemd in artikel 23, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet. Ook deze grond faalt.
Beslissing
28 november 2013.