ECLI:NL:CBB:2013:292
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering maximale dwangsom wegens niet tijdig aanleveren mestgegevens
Appellant werd door de staatssecretaris van Economische Zaken verplicht gesteld om voor 1 februari 2012 gegevens over meststoffen aan te leveren bij de Dienst Regelingen. Na het niet tijdig voldoen aan deze verplichting werd op 10 april 2012 een last onder dwangsom opgelegd, met een maximale dwangsom van € 1.000,--.
Appellant leverde de gevraagde gegevens pas op 5 augustus 2012 aan, waardoor de maximale dwangsom verbeurd was. Hij voerde aan dat zijn zware dyslexie en beperkte computervaardigheden, gecombineerd met de geringe omvang en negatieve inkomsten van zijn eenmansbedrijf, een bijzondere omstandigheid vormden die een verlaging van de dwangsom rechtvaardigde.
Het College oordeelde echter dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden zijn die invordering kunnen verhinderen of de dwangsom kunnen verlagen. Het besluit tot oplegging van de dwangsom stond niet ter discussie en appellant was herhaaldelijk gewezen op zijn verplichting. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de maximale dwangsom wegens niet tijdig aanleveren van mestgegevens wordt ongegrond verklaard.