ECLI:NL:CBB:2013:297
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor taxivervoer zonder vergunning
Verzoeker exploiteert een limousineverhuurbedrijf met onder meer een stretchlimousine en werd op 30 mei 2013 gecontroleerd door de politie. Hierbij werd geconstateerd dat verzoeker taxivervoer verrichtte zonder de vereiste vergunning zoals bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000). Verweerder legde daarom op 20 augustus 2013 een last onder dwangsom op om overtreding te voorkomen.
Verzoeker betwist dat zijn activiteiten onder het toepassingsgebied van artikel 76 Wp2000 vallen en beroept zich op de uitzondering voor rouw- en trouwvervoer. Tevens voert hij aan dat bij invoer van de stretchlimousine BPM is betaald, wat volgens hem duidt op geen taxiwerkzaamheden. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het vervoer op 30 mei 2013 personenvervoer per auto tegen betaling betreft, en daarmee taxivervoer is waarvoor een vergunning vereist is.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de benaming 'limousineverhuur' niet afdoet aan het feit dat het hier gaat om taxivervoer. Ook het feit dat het vervoer vaak in het kader van evenementen plaatsvindt en de uitstraling van de auto een rol speelt, maakt geen verschil. De uitzondering voor rouw- en trouwvervoer is strikt en geldt niet voor het vervoer zoals hier verricht.
De last onder dwangsom is daarom terecht opgelegd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom voor taxivervoer zonder vergunning wordt afgewezen.