Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2013 in de zaken tussen
de minister van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het College is voorts op grond het vorenoverwogene van oordeel dat verweerder, gelet op de overgelegde stukken en in aanmerking genomen de gebleken tekortkomingen in de administratie, de grenzen van de hem toekomende – grote- beoordelingsruimte niet heeft overschreden door ten aanzien van alle door appellanten opgegeven S&O-uren te oordelen dat onvoldoende aannemelijk is dat speur- en ontwikkelingswerk, zoals opgenomen in de eerder afgegeven S&O-verklaring, is verricht. Verweerder heeft gelet daarop de omvang van die correctie juist bepaald en heeft dan ook het aantal uren dat voor afdrachtvermindering in aanmerking komt correct, op nihil, vastgesteld.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond voor zover ze betrekking hebben op de hoogte van de opgelegde boetes;
- vernietigt de bestreden besluiten in zoverre;
- herroept de primaire besluiten van 20 april 2012 voor wat betreft de hoogte van de boetes;
- stelt de hoogte van de boete voor [bedrijfsnaam 3] B.V. vast op € 10.000;
- stelt de hoogte van de boete voor [bedrijfsnaam 1] B.V. vast op € 4.400;
- stelt de hoogte van de boete voor [bedrijfsnaam 2] B.V. vast op € 4.400;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de bestreden besluiten voor zover die zijn vernietigd;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 930 aan appellanten te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.888, te betalen aan appellanten.