ECLI:NL:CBB:2013:BZ1605
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom export verbod herkauwers eiwitten
Verzoekster, een diervoederbedrijf gespecialiseerd in de productie en export van diervoeders voor gezelschapsdieren, heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen wegens het exporteren van verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers naar derde landen, in strijd met het geldende exportverbod. Verzoekster stelt dat zij geen grondstoffen exporteert, maar volledige diervoeders (petfood) die voldoen aan de Europese verwerkings- en etiketteringseisen en dat het verbod daarom niet op haar van toepassing is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verbod op export van verwerkte dierlijke eiwitten van herkauwers niet geldt voor verwerkt voeder voor gezelschapsdieren dat een behandeling heeft ondergaan en geëtiketteerd is volgens de relevante EU-verordeningen. De discussie spitst zich toe op de vraag of het geëxporteerde product van verzoekster als zodanig verwerkt voeder kan worden aangemerkt. Verweerder stelt dat het product slechts een mengpartij grondstoffen is en geen kant-en-klaar eindproduct, terwijl verzoekster betoogt dat haar producten voldoen aan de verwerkingsnormen.
De voorzieningenrechter constateert twijfel over de juistheid van het standpunt van verweerder dat alleen kant-en-klaar petfood onder de uitzondering valt. Ook de etiketterings- en verwerkingsvoorschriften wijzen niet eenduidig op een dergelijke beperking. Hoewel de last onder dwangsom ernstige financiële gevolgen voor verzoekster kan hebben, weegt het belang van volks- en diergezondheid zwaarder. Gezien de spoed en de belangenafweging wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Het oordeel is voorlopig en bindt het College niet in de bodemprocedure, waarin de definitieve beoordeling zal plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.