ECLI:NL:CBB:2013:BZ4232
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2010 wegens ontbreken procesbelang
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Economische Zaken inzake de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2010, waarbij de oppervlakte van zijn landbouwpercelen lager werd vastgesteld dan door hem opgegeven. Verweerder heeft de oppervlaktecorrecties gebaseerd op het niet meetellen van sloten, die niet als subsidiabele landbouwgrond worden beschouwd.
Appellant betoogt dat de administratieve controle niet bedoeld is voor oppervlakteconstatering en dat verweerder ten onrechte een veldinspectie heeft geweigerd. Tevens heeft appellant twijfels over de betrouwbaarheid van de vastgestelde oppervlakten.
Het College overweegt dat in tegenstelling tot eerdere jaren in 2010 geen onverwachte wijziging in meetmethoden heeft plaatsgevonden en dat appellant geen procesbelang heeft omdat de vastgestelde oppervlakte en toeslagrechten reeds volledig zijn toegekend. Daarom verklaart het College het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2010 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.