ECLI:NL:CBB:2013:BZ4237

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
8 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
AWB 13/142
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • W.E. Doolaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WinkeltijdenwetArt. 4, tweede lid, WinkeltijdenwetArt. 8 Winkeltijdenverordening Enschede 2011Art. 8:84 AwbArt. 8:67 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontheffing vlooienmarkt op zondag

Verzoekers vroegen om schorsing van een besluit van de burgemeester en wethouders van Enschede dat Antiekhuis De Koperen Bol B.V. een ontheffing verleende om op zondag een vlooienmarkt te organiseren op Vliegbasis Twente.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster sub 1 belanghebbende is vanwege mogelijk omzetverlies, terwijl het belang van verzoekster sub 2 niet definitief kon worden vastgesteld. Verzoekers sub 3 en 4, wonend op enige afstand, konden geen concreet belang aantonen.

De hangar waar de vlooienmarkt plaatsvindt, wordt niet als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet beschouwd, zodat het zondagopeningsverbod niet van toepassing is. De ontheffing betreft uitsluitend niet-bedrijfsmatige verkoop, wat volgens de wet al is toegestaan.

Daarom kan schorsing van de ontheffing de doorgang van de vlooienmarkt niet verhinderen en wordt het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de ontheffing voor het houden van de vlooienmarkt op zondag wordt afgewezen.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
(Voorzieningenrechter)
AWB 13/142 8 maart 2013
12500 Winkeltijdenwet
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:84 juncto Pro 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak van:
1. A, te B,
2. Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente, te Enschede,
3. C, te D,
4. E, te D, verzoekers,
gemachtigde: mr. I.C. Dunhof-Lampe,
tegen
burgemeester en wethouders van Enschede, verweerders,
gemachtigde: M.H.J. Hassink,
waaraan voorts als partij deelneemt:
Antiekhuis De Koperen Bol B.V. (Antiekhuis),
gemachtigde: L.G.M. ten Vergert.
Zitting hebben
mr. W.E. Doolaard, voorzieningenrechter,
mr. M.J. van Veen, waarnemend griffier.
De zaak is behandeld ter zitting van de voorzieningenrechter op 8 maart 2013. Ter zitting zijn verschenen de gemachtigden van verzoekers, verweerders en Antiekhuis. Voorts zijn namens verzoekster sub 1 verschenen F en G. Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten, deelt de voorzieningenrechter aan partijen de beslissing en de gronden van de beslissing mede.
Aan de orde is het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen tot schorsing van het besluit van verweerders van 21 februari 2013. Bij dit besluit hebben verweerders - kort gezegd - mogelijk gemaakt de organisatie van een vlooienmarkt op het perceel Vliegbasis Twente hangar 11 op (zaterdag 9 en) zondag 10 maart 2013 en (zaterdag 5 en)
zondag 6 oktober 2013 tussen 07:00 en 19:00 uur door Antiekhuis. Het besluit is gebaseerd op verschillende wettelijke regelingen. Voor het College is van belang de ontheffing verleend op grond van artikel 8 van Pro de Winkeltijdenverordening Enschede 2011, gelezen in samenhang met artikel 4, tweede lid, van de Winkeltijdenwet, in verband met het houden van een vlooienmarkt.
Bij brief van 25 februari hebben verzoekers tegen deze ontheffing bezwaar gemaakt.
Op 26 feburari 2013 hebben verzoekers de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Nederland gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, ertoe strekkend dat de vlooienmarkt geen doorgang zou vinden. Bij uitspraak van 7 maart 2013, LJN BZ3497, is dat verzoek gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.
Bij faxbericht van 6 maart 2013 hebben verzoekers de voorzieningenrechter van het College verzocht de ontheffing op grond van de Winkeltijdenverordening te schorsen.
Bij faxbericht van 7 maart 2013 hebben verweerders gereageerd.
Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Gronden
1. Gelet op haar bedrijfsvoering is aannemelijk dat verzoekster sub 1 door de te houden vlooienmarkt enig omzetverlies zal lijden. In het kader van deze spoedeisende procedure zal de voorzieningenrechter aannemen dat zij belanghebbende is.
2. Voorstelbaar is dat - bijvoorbeeld op basis van haar statuten - verzoekster sub 2 als belanghebbende moet worden aangemerkt bij het besluit van 21 februari 2013, maar de voorzieningenrechter kan dat in het kader van deze spoedeisende procedure niet definitief vaststellen en onthoudt zich terzake van een oordeel.
3. Verzoekers sub 3 en 4 wonen - naar ter zitting is verklaard - circa 600 à 800 meter van hangar 11 af. Niet geheel uitgesloten is dat verzoekers, zoals namens hen naar voren gebracht, een inbreuk op hun zondagsrust kunnen ervaren, als gevolg van het houden van de vlooienmarkt, maar dat hangt af van de omstandigheden van het geval. Verzoekers hebben in dit verband geen concrete omstandigheden aangedragen of anderszins stellingen ingenomen die tot de conclusie kunnen leiden dat zij ook daadwerkelijk een belang hebben dat bij deze ontheffing is betrokken. Reeds daarom moet het verzoek, voor zover namens hen ingediend, worden afgewezen.
4. Ter zitting is gebleken dat verweerders er in het besluit van 21 februari 2013 van zijn uitgegaan dat de aan Antiekhuis verleende ontheffing ertoe strekt het verbod, neergelegd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Winkeltijdenwet, dat verbiedt een winkel op zondag geopend te hebben, voor haar buiten toepassing te houden. Naar voorlopig oordeel kan de hangar waarin de vlooienmarkt zal worden gehouden echter niet als winkel in de zin van artikel 1 van Pro de Winkeltijdenwet worden aangemerkt. In de hangar is - voor zover bekend - slechts eenmaal eerder een vlooienmarkt gehouden en deze kan daarom niet worden aangemerkt als een besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht. Het verbod van artikel 2, eerste lid, is hier dan ook niet van toepassing.
5. Voorts is ter zitting komen vast te staan dat verweerders met het besluit niet hebben beoogd Antiekhuis een ontheffing te verlenen van artikel 2, tweede lid, van de Winkeltijdwet, dat verbiedt op de in het eerste lid genoemde dagen in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren. Aanvraag en vergunningverlening zijn – zo is ter zitting benadrukt – uitdrukkelijk gericht op uitsluitend niet-bedrijfsmatige verkoop.
Verzoekster sub 1 meent weliswaar goede gronden te hebben om aan te nemen dat op de vlooienmarkt ook bedrijfsmatige verkoop zal plaatsvinden, maar de voorzieningenrechter kan daarin geen grond vinden om aan te nemen dat het besluit van 21 februari 2013 ertoe strekt voor dergelijke bedrijfsmatige verkoop op zondag ontheffing te verlenen.
6. Nu het besluit er uitsluitend toe strekt niet-bedrijfsmatige verkoop op de door Antiekhuis georganiseerde vlooienmarkt op zondag toe te staan en een dergelijke verkoop ingevolge de Winkeltijdwet reeds is toegestaan, kan schorsing van de ontheffing geen gevolgen hebben voor de doorgang van de vlooienmarkt. Daarom verdient het verzoek te worden afgewezen.
w.g. W.E. Doolaard w.g. M.J. van Veen