ECLI:NL:CBB:2013:BZ4257
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bedrijfstoeslag 2010 en subsidiabele oppervlakte landbouwpercelen
Appellant, een landbouwer, heeft voor de bedrijfstoeslag 2010 een oppervlakte van 23,77 hectare opgegeven, gebaseerd op de in 2009 vastgestelde teledetectie-oppervlakte. Verweerder heeft echter via administratieve kruiscontrole met referentiepercelen vastgesteld dat de maximale subsidiabele oppervlakte werd overschreden en heeft daarop een korting toegepast.
Appellant betoogde dat de controle via de AAN-laag niet voldeed aan de meetvoorschriften en dat een controle ter plaatse noodzakelijk was, hetgeen het College verwierp. Het College oordeelde dat verweerder terecht de opgegeven percelen heeft vergeleken met de referentiepercelen en dat een controle ter plaatse niet verplicht was zonder concrete aanwijzingen voor onbetrouwbaarheid.
Verder stelde appellant dat hij zich had gebaseerd op eerdere vaststellingen en dat verweerder onduidelijkheid had veroorzaakt. Het College stelde echter vast dat appellant schuld treft omdat hij niet adequaat heeft gereageerd op de e-bopbrief waarin werd gewezen op mogelijke afwijkingen en dat verweerder daarom terecht korting heeft toegepast.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de korting op de bedrijfstoeslag 2010 bevestigd.