ECLI:NL:CBB:2013:BZ4261
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfstoeslag 2010 wegens opzettelijk te hoge aangifte landbouwgrond
Appellant, een landbouwer, had voor de bedrijfstoeslag 2010 zes gewaspercelen opgegeven met een totale oppervlakte van 7,97 hectare, waaronder perceel 1 met 0,62 hectare. Verweerder stelde vast dat een deel van perceel 1 bestond uit een voormalige paardenbak, erf en boomgaard, en dat het opgegeven oppervlak van 0,62 hectare te hoog was ten opzichte van de geconstateerde 0,35 hectare subsidiabele grond. Verweerder wees de aanvraag af wegens opzettelijk te hoge aangifte.
Appellant voerde aan dat de paardenbak een vangkooi is voor vee en dus wel degelijk onderdeel van het perceel, en dat hij niet opzettelijk handelde. Het College oordeelde dat de vangkooi geen landbouwgrond is in de zin van de regeling en dat het naastgelegen grasveld met bomen ook niet subsidiabel is. Het College stelde vast dat appellant als professioneel landbouwer bekend had moeten zijn met de subsidiabiliteitsregels en dat hij ondanks waarschuwingen toch een te hoge oppervlakte had opgegeven.
Het College concludeerde dat appellant opzettelijk een te hoge aangifte had gedaan, ook al was het niet zijn bedoeling de subsidie te verliezen. Gezien de omvang van de niet-subsidiabele grond en de regelgeving was afwijzing van de bedrijfstoeslag terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bedrijfstoeslag 2010 wordt bevestigd wegens opzettelijk te hoge aangifte.