ECLI:NL:CBB:2013:BZ4361
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van retributies VWA keurings- en controlewerkzaamheden bij exportslachterij
Appellante, een exportslachterij, maakte bezwaar tegen facturen van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) voor keurings- en controlewerkzaamheden. Zij stelde dat de geheven bedragen in strijd waren met Richtlijn 85/73 en dat de facturen onduidelijk en onrechtmatig waren.
Het College stelde vast dat appellante haar eerdere betogen tegen de Landbouwwet en Verordening (EG) nr. 882/2004 had ingetrokken. De retributies waren gebaseerd op de kostenplaatsmethode, waarbij werkelijk gemaakte kosten worden toegerekend aan de verrichte werkzaamheden. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de kosten hoger waren dan de werkelijk gemaakte kosten of dat de retributies forfaitair waren.
Verder oordeelde het College dat toezichtkosten van dierenartsen terecht werden doorberekend, dat de facturen inzichtelijk waren en dat de Regeling een deugdelijke rechtsgrondslag bood voor de heffing van de retributies, inclusief voor werkzaamheden van keurmeesters en controles in uitsnijderijen. Ook het doorberekenen van pauzes werd geaccepteerd omdat de keuringscapaciteit beschikbaar moest worden gehouden.
Uiteindelijk verklaarde het College de beroepen ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de geheven retributies.