ECLI:NL:CBB:2013:BZ4418
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking bedrijfstoeslag wegens dubbelgebruik percelen
Appellant nam in mei 2011 het landbouwbedrijf van zijn schoonmoeder over, waarbij de Gecombineerde opgave 2011 op zijn naam werd gesteld. Twee percelen bleken echter ook door een derde te zijn opgegeven, wat leidde tot een dubbelclaim. Ondanks een telefoongesprek op 8 augustus 2011 waarin dit niet expliciet werd teruggetrokken, werd de bedrijfstoeslag voor 2011 geheel ingetrokken vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden.
Appellant voerde aan dat de dubbelclaim niet aan zijn schuld te wijten was, maar aan onachtzaamheid van de verhuurder, en dat hem geen formulier was toegezonden om zijn positie toe te lichten. Het College oordeelde dat appellant als landbouwondernemer verantwoordelijk is voor de juiste opgave en dat het telefoongesprek niet als intrekking kon worden beschouwd. De onzorgvuldigheid van het niet tijdig toezenden van het formulier leidde niet tot een andere uitkomst.
Op grond van artikel 58 van Pro Verordening (EG) nr. 1122/2009 kon geen steun worden toegekend voor de betrokken gewasgroep, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard en de intrekking van de bedrijfstoeslag gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bedrijfstoeslag wegens dubbelgebruik van percelen is ongegrond verklaard.