ECLI:NL:CBB:2013:BZ4426

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
8 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
AWB 12/982
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 11 lid 2 Verordening (EG) nr. 1122/2009Art. 22 Verordening (EG) nr. 1122/2009Art. 23 lid 1 Verordening (EG) nr. 1122/2009
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing subsidieaanvraag vanwege te late indiening ondanks persoonlijke omstandigheden

Appellant diende een aanvraag in voor de bedrijfstoeslag 2012 onder de Regeling GLB-inkomenssteun. De aanvraag werd op 12 juni 2012 ontvangen, terwijl de uiterste indieningsdatum op 15 mei 2012 lag, met een mogelijke verschuiving naar 11 juni 2012 vanwege het weekend. Dit betekende dat de aanvraag meer dan 25 kalenderdagen te laat was.

Appellant voerde aan dat persoonlijke omstandigheden, waaronder het overlijden van familieleden, problemen met kalveren en een geschil met een buurman, de late indiening veroorzaakten. Het College stelde echter dat het de verantwoordelijkheid van appellant is om tijdig in te dienen en dat het risico van te late ontvangst bij de aanvrager ligt.

Op grond van de toepasselijke Europese verordeningen is een aanvraag slechts tijdig indien door de bevoegde instantie ontvangen vóór het verstrijken van de termijn. Bij meer dan 25 dagen te late indiening moet de aanvraag worden afgewezen, tenzij sprake is van overmacht of buitengewone omstandigheden, wat in deze zaak niet werd aangenomen.

Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te laat ingediende subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Proces-verbaal
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: AWB 12/982
5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 8 maart 2013 in de zaak tussen
A, te B, appellant
en
de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
(gemachtigde: bc. R. Weltevreden).
Zitting hebben:
mr. R.C. Stam, voorzitter,
mr. E. van Kerkhoven, waarnemend griffier.
Ter zitting zijn verschenen appellant en verweerder bij voornoemde gemachtigde.
Bij besluit van 31 augustus 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant tegen het besluit van 4 juli 2012 ongegrond verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder de bedrijfstoeslag van appellant voor het jaar 2012 op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun (de Regeling) vastgesteld.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Beslissing: het beroep wordt ongegrond verklaard. Voor een proceskostenveroordeling ziet het College geen aanleiding.
Gronden:
1. Appellant heeft met de Gecombineerde opgave 2012 om uitbetaling van zijn toeslagrechten gevraagd. Hij heeft deze opgave op 8 juni 2012 per aangetekende post verzonden. Verweerder heeft de opgave op 12 juni 2012 ontvangen en de aanvraag afgewezen, omdat deze één dag te laat is ingediend.
2. Appellant voert aan dat hij door persoonlijke- en bedrijfsomstandigheden de aanvraag te laat heeft ingediend. Die omstandigheden bestonden hieruit dat zijn neef en oom in korte tijd zijn overleden, dat het niet ging goed ging met zijn kalveren en dat hij een geschil had met zijn buurman over het gebruiksrecht van een stuk land.
3.1 Het College stelt net als in zijn uitspraak van 16 september 2005 (LJN: AU3647) voorop dat het de verantwoordelijkheid is van appellant, als aanvrager van de subsidie, om tijdig zijn aanvraag in te dienen. Het risico dat de aanvraag verweerder niet tijdig bereikt ligt bij appellant. Volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 11 november 2004 (LJN: AS8926) is een aanvraag slechts tijdig ingediend indien zij voor de afloop van de termijn door de bevoegde instantie is ontvangen.
3.2 De termijn voor de indiening van de Gecombineerde Opgave 2012 eindigde op grond van artikel 11, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 op 15 mei 2012. Op grond van artikel 23, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1122/2009 wordt de subsidie met 1 % gekort voor iedere werkdag dat de aanvraag te laat wordt ingediend. Wordt de aanvraag meer dan 25 kalenderdagen te laat ingediend, dan wordt deze afgewezen. Als de uiterste datum voor de indiening op een zaterdag of zondag valt, verschuift deze op grond van artikel 22 van Pro Verordening (EG) nr. 1122/2009 naar de eerstvolgende werkdag.
3.3 Verweerder heeft de aanvraag van appellant op 12 juni 2012 ontvangen. Dit is meer dan 25 kalenderdagen na sluiting van de aanvraagperiode, ook als er daarbij rekening mee wordt gehouden dat de in het weekeinde van 9 en 10 juni eindigende termijn tot en met 11 juni 2012 was verlengd. Verweerder was daarom verplicht de aanvraag af te wijzen, behoudens overmacht of buitengewone omstandigheden. Het College is van oordeel dat in dit geval geen sprake was van overmacht of buitengewone omstandigheden die appellant verhinderden om tijdig de aanvraag in te dienen.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. E. van Kerkhoven w.g. R.C. Stam