ECLI:NL:CBB:2013:BZ5187
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- W.E. Doolaard
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling biociden en toelatingseisen voor producten van HG International B.V.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het hoger beroep behandeld van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en HG International B.V. tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 april 2011. De rechtbank had oordeelde dat de producten Watertankreiniger en Vlekweg geen biociden waren en dat de boete deels onterecht was opgelegd, terwijl het oordeel over HGX Houtwormmiddel was bevestigd.
Het College stelt dat de rechtbank ten onrechte een beslisboom van het Kennisnetwerk Biociden heeft betrokken bij haar beoordeling, waardoor een onjuist vertrekpunt is gehanteerd. Het College beoordeelt zelf de vraag of de producten Watertankreiniger en Vlekweg biociden zijn volgens artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). Uit de inhoud en het gebruik van de producten blijkt dat zij worden aangewend om schadelijke organismen te bestrijden, ook al wordt dit niet expliciet geclaimd.
Voor Watertankreiniger is vastgesteld dat het middel micro-organismen in watertanks vernietigt en daarmee voldoet aan het aanwendingscriterium van een biocide. Vlekweg verwijdert niet alleen vlekken veroorzaakt door schimmels, maar ook levende schimmels zelf. Het College concludeert dat beide producten biociden zijn waarvoor geen toelating is verleend, waardoor HG in strijd met artikel 20 van Pro de Wgb heeft gehandeld.
Ten aanzien van HGX Houtwormmiddel bevestigt het College het oordeel dat dit product door de toevoeging van de merknaam HGX als een ander product geldt dan het toegelaten houtwormmiddel van Denka, waardoor een eigen toelating vereist is. Omdat HG deze niet heeft, is ook hier sprake van strijd met artikel 20 van Pro de Wgb. De boete van €3.000,- wordt daarom gehandhaafd en het beroep van HG wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het College verklaart het beroep van HG ongegrond en bevestigt de boete van €3.000,- wegens het op de markt brengen van biociden zonder toelating.