ECLI:NL:CBB:2013:BZ6064
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verbeuring dwangsommen en bezwaarprocedure inzake naleving Meststoffenwet
In deze zaak oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven over drie besluiten waarbij appellanten dwangsommen van €1.000 per bedrijf zijn opgelegd wegens het niet tijdig aanleveren van formulieren in het kader van de Meststoffenwet 2009.
Appellanten stelden dat zij op 29 april 2010 bezwaar hadden gemaakt tegen de last onder dwangsom, maar konden dit niet aannemelijk maken met voldoende bewijs. Het College overwoog dat een enkele stelling zonder bewijs onvoldoende is om ontvangst aan te nemen. Verder stond vast dat appellanten niet voldeden aan de verplichting om binnen tien werkdagen na 23 april 2010 de gevraagde formulieren in te leveren.
Appellanten voerden aan dat verweerder onzorgvuldig handelde door niet adequaat te reageren op uitstelverzoeken, mede vanwege telefonische bereikbaarheid en bedrijfsomstandigheden. Het College oordeelde dat verweerder na het verstrijken van de wettelijke termijn meerdere malen uitstel verleende en dat de omstandigheden voor rekening van appellanten komen. Daarom is geen reden om van invordering af te zien.
De beroepen tegen de besluiten van 6 juli 2011, waarin de bezwaarschriften ongegrond werden verklaard, zijn ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de invordering van de dwangsommen.