ECLI:NL:CBB:2013:BZ6298
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag en subsidiabele oppervlakte landbouwgrond met bomen
Appellant verzocht om uitbetaling van toeslagrechten voor 2010 op basis van 24 percelen landbouwgrond met een totale oppervlakte van 42,13 hectare. Verweerder stelde bij het primaire besluit de bedrijfstoeslag vast op basis van een oppervlakte van 41,65 hectare, met een korting. Bij het bestreden besluit werd het bezwaar van appellant gedeeltelijk gegrond verklaard en de korting verlaagd.
Appellant voerde aan dat bepaalde percelen onterecht in oppervlakte waren aangepast of buiten beschouwing waren gelaten, met name perceel 2 met bomen, perceel 6 als grasland tussen stal en kuilvoerplaat, en perceel 15 waar een gedeelte van de voederkuil was verwijderd. Verweerder stelde dat delen van perceel 2 en perceel 6 niet subsidiabel waren omdat ze niet geschikt zijn voor landbouwactiviteiten en dat voederkuilen geen subsidiabele oppervlakte vormen.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom delen van perceel 2 niet subsidiabel zouden zijn, waardoor het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:12 Awb Pro en vernietigd moet worden. Ook stelde het College dat verweerder naliet nader onderzoek te doen naar perceel 6, wat in strijd is met artikel 3:2 Awb Pro. Andere bezwaren van appellant werden afgewezen. Het College bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de aanwijzingen en veroordeelde verweerder in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.