ECLI:NL:CBB:2013:BZ6922
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven schorst procedure over concessieverlening openbaar vervoer Waddenveren in afwachting prejudiciële vragen
Bij besluiten van mei 2011 heeft de minister vervoersconcessies verleend voor de Waddenveren Oost en West, waarbij exclusieve concessies werden toegekend aan Wagenborg en TSM. Diverse appellanten, waaronder ondernemingen actief in het openbaar vervoer over de Waddenzee, maakten bezwaar tegen deze besluiten en tegen de afwijzing van een concessieverzoek.
Het College oordeelde dat appellanten als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, omdat zij concurreren op dezelfde marktsegmenten en de concessies hun bedrijfsvoering raken. Er ontstonden juridische vragen over de toepassing van Europese regelgeving, met name de Cabotageverordening en de PSO-verordening, op het openbaar vervoer over de Waddenzee.
De kern van het geschil betreft of de Waddenzee als binnenwater of als zee moet worden aangemerkt, wat gevolgen heeft voor de toepasselijkheid van de Cabotageverordening die exclusiviteit aan banden legt. Ook is onduidelijk of en in hoeverre de PSO-verordening van toepassing is op concessies voor openbaar vervoer over water, en of de minister bevoegd was om concessies zonder aanbesteding te gunnen.
Gezien de onduidelijkheid en het ontbreken van jurisprudentie vroeg het College het Hof van Justitie om prejudiciële antwoorden op diverse vragen over de reikwijdte en onderlinge verhouding van genoemde Europese verordeningen. Totdat het Hof uitspraak doet, is de procedure geschorst en worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De procedure is geschorst en verdere beslissingen aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over de toepasselijkheid van Europese verordeningen.