ECLI:NL:CBB:2013:CA0355
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag en perceelsoppervlakte op grond van GLB-regeling
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde bedrijfstoeslag over 2010, omdat zij het niet eens was met de door verweerder vastgestelde perceelsoppervlakte en de opgelegde korting. Verweerder had de oppervlakte vastgesteld op basis van de AAN-laag, een systeem van referentiepercelen gebaseerd op luchtfoto's, en had de oppervlakte en korting bij besluit van 14 december 2011 deels herzien en later bij besluit van 12 september 2012 opnieuw aangepast.
Appellante stelde dat alleen een controle ter plaatse conform artikel 34 van Pro Verordening (EG) nr. 1122/2009 de juiste oppervlakte kan vaststellen en dat verweerder ten onrechte geen meettolerantie toepaste. Het College oordeelde dat de AAN-laag als administratief controle-instrument is toegestaan en dat verweerder niet verplicht was tot een controle ter plaatse, omdat de oppervlakte niet gemeten maar vastgesteld werd aan de hand van referentiepercelen.
Verder oordeelde het College dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij geen schuld treft aan de te grote perceelsopgave, mede omdat zij niet had gereageerd op de e-bopbrief waarin zij werd gewezen op mogelijke afwijkingen en de noodzaak tot correctie. De opgelegde korting was daarom terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt dat administratieve controles via luchtfoto's en referentiepercelen een rechtsgeldige basis vormen voor vaststelling van subsidiabele oppervlakten en dat de landbouwer verantwoordelijk is voor correcte opgave en controle van perceelsgegevens.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag en perceelsoppervlakte is ongegrond verklaard.