ECLI:NL:CBB:2013:CA0922
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- R.F.B. van Zutphen
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij geschil over AFM-aanwijzing
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) en Richland Real Estate B.V. hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin een door AFM aan Richland gegeven aanwijzing op grond van artikel 1:75 van Pro de Wet op het financieel toezicht gedeeltelijk werd vernietigd.
Tijdens het onderzoek ter zitting heeft het College ambtshalve de ontvankelijkheid van de hoger beroepen beoordeeld. Richland heeft gemeld dat zij op 22 november 2011 is opgehouden te bestaan, waardoor het geschil over de aanwijzing feitelijk is komen te vervallen. AFM stelde dat zij ondanks dit feit belang had bij beoordeling vanwege mogelijke aansprakelijkheid jegens derden en onrechtmatigheid van de aanwijzing.
Het College oordeelde dat de gedeeltelijke vernietiging van de aanwijzing jegens een ieder werkt, maar niet bindend is voor eventuele andere geschillen tussen AFM en derden. Daarnaast was een gerelateerd geschil over een boete door de rechtbank en het College reeds definitief beëindigd. Gezien deze omstandigheden ontbrak het AFM en Richland aan belang bij verdere behandeling van hun hoger beroepen, die daarom niet-ontvankelijk zijn verklaard.
Uitkomst: De hoger beroepen van AFM en Richland worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.