ECLI:NL:CBB:2013:CA1978
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voorlopige doorhaling inschrijving register accountant wegens strafbare feiten
Appellant, een registeraccountant, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de accountantskamer die zijn inschrijving in het register tijdelijk had doorgehaald als voorlopige voorziening. Deze maatregel werd genomen naar aanleiding van een strafrechtelijke veroordeling wegens belastingfraude en valsheid in geschrifte.
Het College van Beroep oordeelde dat appellant tijdig en correct was opgeroepen voor de zitting van de accountantskamer en dat zijn verzoek om uitstel van de zitting van het College niet gegrond was vanwege het ontbreken van gewichtige redenen en het niet tijdig indienen van het verzoek.
De voorlopige doorhaling werd gerechtvaardigd omdat appellant zich schuldig had gemaakt aan ernstige strafbare feiten die het vertrouwen in het accountantsberoep aantasten. Het College vond dat zwaarwegende openbare belangen zich verzetten tegen het voortzetten van zijn inschrijving tijdens de procedure. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de voorlopige doorhaling van zijn inschrijving blijft gehandhaafd.