ECLI:NL:CBB:2014:107

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
4 april 2014
Publicatiedatum
7 april 2014
Zaaknummer
AWB 14/121 AWB 14/122
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18.7 TelecommunicatiewetArt. 8:81 Algemene wet bestuursrechtArt. 5:17 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inlichtingenvordering Telecommunicatiewet

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legde KPN twee last onder dwangsom op wegens het niet voldoen aan inlichtingenvorderingen op grond van artikel 18.7 van de Telecommunicatiewet. KPN maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 4 april 2014 werd besproken dat ACM inzage wenst in namen en contactgegevens van medewerkers betrokken bij Pricing Boards en ISDN-lijnbewaking. KPN weigerde deze gegevens schriftelijk te verstrekken en maakte contactgegevens onleesbaar.

De voorzieningenrechter oordeelde dat ACM een voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde gegevens voor haar toezicht en nader onderzoek. KPN kan niet volstaan met alleen inzage zonder schriftelijke verstrekking, mede gelet op artikel 5:17 Awb Pro dat toezichthouders kopieën laat maken.

Desondanks wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder proceskostenveroordeling. Het oordeel is voorlopig en bindt niet in een bodemprocedure.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de inlichtingenvorderingen van ACM wordt afgewezen.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 14/121 en 14/122
[15353]
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 april 2014 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

Koninklijke KPN N.V., te Den Haag (KPN), verzoekster

(gemachtigden: mr. L.P.W. Mensink en mr. P.J.F. Huizing),
en

de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster

(gemachtigde: mr. R.W. Veldhuis).

Procesverloop

Bij besluiten van 31 januari 2014 heeft ACM aan KPN twee lasten onder dwangsom opgelegd in verband met overtreding van artikel 18.7 van de Telecommunicatiewet (Tw). KPN heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2014. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1.
Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij het College, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van de primaire besluiten, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.
2.
ACM heeft van KPN inlichtingen gevorderd in het kader van toezicht op de naleving van de aan KPN in marktanalysebesluiten opgelegde verplichtingen. Het gaat om inlichtingen over de inrichting en de werking van Chinese muren en Pricing Boards binnen KPN en inlichtingen over de levering van ISDN lijnbewaking. KPN weigert aan de inlichtingenvorderingen te voldoen voor zover het gaat om de namen en contactgegevens van haar medewerkers. De last onder dwangsom in het dossier Chinese muren houdt in dat KPN de namen van de deelnemers aan de verschillende Pricing Boards schriftelijk moet verstrekken. In het dossier Lijnbewaking gelast ACM KPN om een aantal met name genoemde Service Level Afspraken (SLA’s) te verstrekken met leesbare namen en emailadressen van de in de documenten genoemde personen.
3.
De voorzieningenrechter ziet, in tegenstelling tot ACM, een voldoende spoedeisend belang. Uit het verhandelde ter zitting blijkt namelijk dat ACM de gevraagde gegevens wil gebruiken in haar nadere onderzoeken. De contactgegevens van een klant, die inmiddels wel door KPN zijn verstrekt, heeft ACM ook daadwerkelijk gebruikt voor nader onderzoek.
4.1
In het dossier Chinese muren is KPN bereid ACM inzage te geven in de namen van de individuele medewerkers die deel uitmaken van de Pricing Boards, maar zij weigert deze informatie schriftelijk te geven.
4.2
ACM stelt zich op het standpunt dat zij als toezichthouder in staat moet worden gesteld te bezien of nader onderzoek noodzakelijk is. Op grond van artikel 18.7, vijfde lid, van de Tw is KPN verplicht alle medewerking te verlenen, zowel wat betreft de inhoud van de gegevens als de wijze van verstrekken. KPN kan dus niet volstaan met een aanbod tot inzage.
4.3
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan KPN inderdaad niet volstaan met een aanbod tot inzage. De voorzieningenrechter wijst er in dit verband op dat een toezichthouder op grond van artikel 5:17 van Pro de Awb kopieën mag maken van gegevens waarin hij inzage heeft gevorderd. In dit geval heeft ACM weliswaar geen toepassing gegeven aan deze bepaling, maar de voorzieningenrechter ziet geen aanknopingspunten om bij toepassing van artikel 18.7 van de Tw - op grond waarvan inlichtingen kunnen worden gevorderd - te oordelen dat ACM geen schriftelijke neerslag van de gevraagde gegevens mag verlangen.
5.1
In het dossier Lijnbewaking heeft KPN de namen van de (operationele) contactpersonen op de aan ACM verstrekte SLA’s en e-mails onleesbaar gemaakt. Volgens KPN heeft ACM deze persoonsgegevens redelijkerwijs niet nodig om haar taak te kunnen uitvoeren.
5.2
De voorzieningenrechter overweegt dat KPN in dit dossier zelf heeft gemeld dat de retaildienst ISDN-lijnbewaking ten onrechte niet was afgespiegeld in haar WLR-aanbod. Dit was voor ACM aanleiding om een handhavingsonderzoek te starten. Dat ACM over de namen van de contactpersonen wil beschikken, mede met het oog op het horen van deze personen, valt zonder meer te billijken. Het is niet aan KPN om te bepalen of ACM bepaalde gegevens al dan niet nodig heeft.
6.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. I.C. Hof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.
w.g. R.C. Stam w.g. I.C. Hof
Afschrift verzonden aan partijen op: