ECLI:NL:CBB:2014:115
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake multibandveiling en intellectuele eigendomsrechten
Appellant voerde sinds april 2010 correspondentie met de minister over de inrichting van de multibandveiling, met het verzoek om te waarborgen dat vergunninghouders geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten. De minister stelde dat hij op grond van de Telecommunicatiewet geen bevoegdheid heeft om in te grijpen bij schendingen van intellectuele eigendomsrechten en verwees appellant naar civiele procedures.
Appellant verzocht de minister om een besluit te nemen, maar dit bleef uit. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de bestuursrechter wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen persoonlijk en rechtstreeks belang kon aantonen.
In hoger beroep stelde appellant een aanpassing van de veilingvoorwaarden te willen afdwingen. Het College oordeelde dat nu de multibandveiling op 14 december 2012 was afgerond, het gevorderde rechtsgevolg niet meer kan worden bereikt, waardoor het procesbelang ontbreekt en het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door R.C. Stam, in aanwezigheid van griffier A.N. Vroege, op 11 maart 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.