ECLI:NL:CBB:2014:167
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- S.C. Stuldreher
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Geen meerlengtevergoeding voor niet in gebruik zijnde netverbindingen van Liander
Sapa Profiles B.V. klaagde bij de ACM tegen Liander N.V. vanwege het in rekening brengen van een meerlengtevergoeding voor drie 5-MVA-kabels die onderdeel uitmaken van het net van Liander. De ACM verklaarde de klacht gegrond en oordeelde dat Liander tot 2 november 2012 niet gerechtigd was deze vergoeding te vragen omdat de kabels tot het net en niet tot de aansluiting van Sapa behoren.
Liander voerde aan dat de Wet en de Tarievencode Elektriciteit (TCE) niet met terugwerkende kracht toegepast mogen worden en dat de kabels uitsluitend voor Sapa waren aangelegd en gebruikt. Het College stelde dat de bepalingen van de Wet en TCE geldig waren voor de relevante periode en dat de kabels feitelijk onderdeel zijn van het net omdat zij geschikt zijn voor elektriciteitstransport naar meerdere afnemers.
Verder oordeelde het College dat het kostenveroorzakingsbeginsel en doelmatigheidsafweging niet relevant zijn voor de vraag of een meerlengtevergoeding verschuldigd is. Het beroep van Liander tegen het besluit van 2 oktober 2013 werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk werd verklaard. ACM werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht aan Liander vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 2 oktober 2013 is ongegrond verklaard en ACM is veroordeeld in proceskosten en griffierecht.