Appellante exploiteert een slachthuis en is retributies verschuldigd voor keuringswerkzaamheden van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Het geschil betreft de hoogte van het starttarief dat op facturen is toegepast. Verweerder heeft vastgesteld dat het reguliere starttarief van €101,90 terecht is toegepast, omdat het aantal geslachte pluimvee-eenheden (GVE) hoger was dan de grens van 10 GVE per week.
Appellante stelde dat de Regeling disproportioneel is en dat een fijnmaziger tariefsysteem of een tarief per dier passend zou zijn. Het College oordeelt dat de Regeling binnen de grenzen van de EU-verordening nr. 882/2004 valt, waarbij rekening wordt gehouden met kostendekkendheid en belangen van kleine ondernemingen. Het lagere tarief voor kleine slachterijen blijft van toepassing, maar appellante valt daar niet onder.
Verder is het betoog dat sprake zou zijn van een gedoogsituatie of schending van het vertrouwensbeginsel niet gegrond. Verweerder heeft tijdig kenbaar gemaakt dat het verkeerde tarief werd gehanteerd en dat het reguliere tarief vanaf 1 oktober 2012 geldt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.