Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 8 juli 2014 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Emmen, te Emmen, appellant
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(€ 8.712.580,-) aan subsidie is verleend. Ingevolge de Stidug moeten activiteiten ten behoeve waarvan subsidie is verleend binnen 6 jaar worden uitgevoerd. Een door appellant ingediend verzoek om verlenging van deze termijn voor het project naar 8,5 jaar is gehonoreerd, zodat het project eind 2009 volledig gerealiseerd had moeten zijn. Dit is niet gelukt. Appellant heeft minder dan 80 % van het project tot uitvoering kunnen brengen. Volgens het door verweerder gevoerde beleid komt onder die omstandigheden de subsidie in beginsel geheel te vervallen. Indien de oorzaak voor het niet afronden van het project buiten de invloedssfeer van de subsidieontvanger ligt, kan verweerder besluiten dat hiervan geheel of gedeeltelijk wordt afgezien. Verweerder heeft met toepassing van dit beleid de subsidieverlening aan appellant bij besluit van 22 januari 2010 gewijzigd. Verweerder heeft het verleende subsidiebedrag verlaagd tot het bedrag dat appellant tot 1 januari 2010 aan kosten had gemaakt en deze gewijzigde verlening ambtshalve vastgesteld.
€ 9.894.979,-. Na verrekening van de aan appellant betaalde voorschotten ad € 6.940.332,- is het restantsubsidiebedrag negatief. Het terug te vorderen bedrag is € 1.992.842,50.
22 januari 2010 en is naar het oordeel van het College dan ook niet in strijd met dat besluit, noch ontbeert het rechtsgevolg.
Het voorgaande betekent dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van zijn bevoegdheid het onverschuldigd betaalde subsidiebedrag terug te vorderen. Het College komt dan ook tot de slotsom dat het bestreden besluit de rechterlijke toetsing kan doorstaan.
7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.