Uitspraak
1.Het procesverloop in hoger beroep
2.De grondslag van het geschil
deposito: een creditsaldo dat wordt gevormd door op een rekening staande gelden of dat tijdelijk uit normale banktransacties voortvloeit, en dat de kredietinstelling onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen, alsmede schulden belichaamd in door deze kredietinstelling uitgegeven schuldbewijzen.
3.De uitspraak van de rechtbank
4.De standpunten van partijen in hoger beroep
.Anderzijds wordt in de reactie van DNB ook erkend dat bij een door een notaris aangehouden derdenrekening deze derden geen eigen, rechtstreekse vorderingen hebben op de bank. DNB benadrukt in haar reactie dat een andere opvatting tot zeer ongewenste gevolgen zou leiden, die de wetgever niet kan hebben bedoeld. Als het Bbpm niet zou vereisen dat de betrokken bank bekend was of had moeten zijn met de aanspraken van derden op de tegoeden, zou de situatie kunnen ontstaan dat voor één tegoed tweemaal een vergoeding uit het DGS uitgekeerd moet worden. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de rekeninghouder niets stelt omtrent een aanspraak van een derde-rechthebbende op een tegoed op een rekening, terwijl de derde-rechthebbende op basis van een niet bij de bank bekend document stelt dat het volledige tegoed aan hem moet worden toegerekend. Een dergelijke opvatting zou voorts de uitvoering van het DGS, waaronder de noodzaak tijdig uit te keren, in feite onmogelijk maken. DNB zou in dat geval immers voor elke aanvrage moeten onderzoeken of er wellicht derden zijn die er op grond van wet of overeenkomst een aanspraak op hebben