ECLI:NL:CBB:2014:317
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging kalveren wegens verboden stof AOZ
Verzoekster, een veehouder, maakte bezwaar tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken om alle resterende kalveren op haar bedrijf te vernietigen vanwege de aanwezigheid van AOZ, een metaboliet van de verboden stof furazolidon, in urinemonsters. Verzoekster betwistte dat AOZ automatisch wijst op illegaal gebruik van furazolidon en stelde dat nader onderzoek nodig was, waarvoor de dieren in leven moesten blijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het aantreffen van AOZ in alle onderzochte urinemonsters voldoende bewijs is voor illegale behandeling met furazolidon, een stof met 0-tolerantie volgens EU-richtlijnen. De richtlijn verplicht tot vernietiging van alle dieren indien meer dan de helft van de monsters positief is. Verzoekster had de mogelijkheid om op eigen kosten vlees- en orgaanmonsters te laten onderzoeken, maar heeft daarvan afgezien.
De rechter verwierp het betoog dat de Nederlandse regelgeving geen grondslag biedt voor de maatregel en wees op de implementatie van EU-regelgeving in nationale wetgeving. Ook het argument dat een drempelwaarde van 1 microgram per kilogram AOZ zou mogen gelden voor levende dieren werd niet gevolgd. De financiële gevolgen voor verzoekster waren weliswaar groot, maar konden niet leiden tot schorsing van het besluit.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de vernietiging van de kalveren werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vernietiging van kalveren wegens aanwezigheid van AOZ wordt afgewezen.