ECLI:NL:CBB:2014:389
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder bestuursdwang wegens vervuilde hondenhokken
Appellant, een hobbyfokker van Amerikaanse bulldogs, kreeg een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) omdat zijn hondenhokken vervuild waren. De NVWA voerde een controle uit waarbij ook de woning van appellant werd betreden. Appellant stelde dat het binnentreden onrechtmatig was omdat er geen geldige machtiging was en hij geen verdachte was, en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
Het College oordeelde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde omdat niet duidelijk was of er toestemming of een machtiging was voor het binnentreden in de woning. Dit leidde tot vernietiging van het besluit op grond van artikel 7:12 Awb Pro. Echter, de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand omdat de last onder bestuursdwang uitsluitend betrekking had op de hondenhokken in de schuur, waarvoor geen machtiging vereist was.
De vervuiling was volgens een dierenarts al langer aanwezig en had het welzijn van de honden aangetast, waardoor de overtreding van artikelen 36 en 37 Gwd terecht was vastgesteld. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd deels toegewezen vanwege het motiveringsgebrek, maar een integrale vergoeding werd afgewezen. Het verzoek om schadevergoeding werd buiten deze procedure gelaten.
Het College veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten aan appellant. De uitspraak benadrukt het belang van correcte motivering en wettelijke bevoegdheden bij bestuursrechtelijke handhaving.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; proceskosten worden deels vergoed.