ECLI:NL:CBB:2014:390
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom wegens verboden ingreep bij honden en proceskostenvergoeding
Appellant, een hobbyfokker van Amerikaanse bulldogs, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het houden van honden met gecoupeerde oren, een verboden ingreep volgens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd). Na bezwaar werd het primaire besluit herroepen en een proceskostenvergoeding toegekend. Appellant stelde beroep in tegen deze beslissing en vorderde een integrale vergoeding van proceskosten wegens onrechtmatig handelen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), onder meer vanwege het zonder machtiging binnentreden in zijn woning.
Het College oordeelde dat het geschil zich beperkte tot de vraag of appellant recht had op een hogere proceskostenvergoeding dan het forfaitaire bedrag. Het College stelde vast dat het binnentreden zonder machtiging niet automatisch tot een hogere vergoeding leidt en dat het ontbreken van een machtiging niet zonder meer het besluit onrechtmatig maakt. Verder was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die een hogere vergoeding rechtvaardigen, zoals een onjuiste beschikking die geen stand zou houden of uitzonderlijke tijdsbesteding.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien tot toekenning van een integrale proceskostenvergoeding. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 17 september 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen integrale proceskostenvergoeding toegekend.