ECLI:NL:CBB:2014:466
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzettelijke niet-naleving emissiearme mestaanwending en randvoorwaardenkorting GLB-inkomenssteun
Appellante, een vennootschap onder firma, ontving een randvoorwaardenkorting van 20% op haar GLB-inkomenssteun voor 2011 vanwege het niet emissiearm aanwenden van runderdrijfmest op grasland. De controle door de Algemene Inspectiedienst toonde aan dat de sleepvoetbemester 20 cm boven de grond werd gehouden, waardoor mest in stroken breder dan toegestaan werd verspreid.
Verweerder stelde dat sprake was van opzettelijke niet-naleving, omdat appellante bewust handelde ondanks zichtbare afwijkingen en de regelgeving al jaren van kracht is. Appellante betwistte dit en voerde overmacht aan vanwege de hobbelige en droge staat van het perceel, maar dit werd verworpen wegens te late indiening en het ontbreken van onvoorziene, abnormale omstandigheden.
Het College oordeelde dat de opzettelijke niet-naleving voldoende was gemotiveerd en dat het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde gezien de wettelijke bepalingen die een korting van 20% voorschrijven. Ook het argument dat appellante een first offender was, bood geen grond voor vermindering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 20% wegens opzettelijke niet-naleving van emissiearme mestaanwending wordt ongegrond verklaard.