Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2014 in de zaken tussen
Maatschap [naam 1], te [plaats], appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
€ 2.702,75 verrekend met de aan appellante uit te betalen bedrijfstoeslag voor het jaar 2012.
Overwegingen
Omschrijving bemester: 4 m3 tank met sleepvoetbemester waarvan de slangen en de pijpjes achter de sleepvoeten niet allemaal intact waren. De uitstroomopeningen van de pijpjes waar de mest uit komt stromen zaten op +/- 10-15 cm boven het maaiveld. Van die pijpjes waren er 3 afgebroken. Tevens was bij één voet de toevoerslang geheel los waarbij de mest voor de sleepvoet op de grond terecht kwam. Volgens betrokkene zouden de pijpjes nog eerder afbreken als ze lager geplaatst werden. Wanneer mankementen zijn ontstaan is niet bekend.
Kwaliteit en bijzonder werkresultaat: defecte apparatuur met gevolg mest op gras.
Waarschuwing gegeven. Apparatuur als dusdanig niet meer gebruiken voor mestaanwending.
€ 10.811,04. Bij die vaststelling is verweerder uitgegaan van 28,65 beschikbare toeslagrechten en een definitieve (geconstateerde) oppervlakte van 28.65 ha. Gelet op het besluit van
6 december 2012 waarbij verweerder voor appellante een randvoorwaardenkorting heeft vastgesteld van 20% op al haar rechtstreekse betalingen voor het jaar 2012, heeft verweerder bij de vaststelling van de bedrijfstoeslag deze korting in aftrek gebracht. Bij het nu bestreden besluit heeft verweerder appellantes bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De toepassing van de korting is volgens verweerder bovendien niet prematuur, omdat - hoewel tegen het genoemde besluit tot vaststelling van de randvoorwaardenkorting nog beroep aanhangig is - dit beroep op grond van artikel 6:16 van Pro de Awb de werking van dat besluit niet schorst.
Het College ziet wel aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit van 22 februari 2013 - waarbij in verband met de toepassing van de betreffende randvoorwaardenkorting € 2.702,75 is verrekend met de bedrijfstoeslag 2012 van appellante - te herroepen. Dit, aangezien het primaire besluit tot vaststelling van die randvoorwaarden-korting is herroepen in de zaak 13/379.