Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 december 2014 in de zaak tussen
Coöperatie AmbulanceZorg Rotterdam Rijnmond U.A., te Barendrecht, appellante,
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster,
Procesverloop
1 januari 2013 vastgesteld op € 519,-- per uur en met ingang van 1 januari 2014 op € 586,-- per uur. Blijkens de bij de tariefbeschikking behorende rekenstaat is voor de periode van
1 januari 2013 tot 1 januari 2014 op het (basis)tarief voor spoedvervoer van € 586,-- een korting toegepast van € 67,--.
Overwegingen
De wettelijke tariefregulering is onder meer gericht op kostenbeheersing in de gezondheidszorg. Vanuit het streven naar kostenbeheersing is het niet onredelijk dat verschillen tussen de met het ambulancevervoer gegenereerde opbrengsten en het toegekende budget in een voorgaand jaar worden verrekend door vaststelling van een lager tarief voor een volgend jaar, zoals is vastgelegd in de hiervoor reeds genoemde Beleidsregel BR/CU-7042 dan wel BR/CU-7067. Daarbij merkt het College nog op dat appellante een coöperatie is waarin de beide voormalige vergunninghouders samenwerken en dat in het geval het vóór 1 januari 2013 bestaande systeem zou zijn voortgezet, in elk geval een van de voormalige vergunninghouders óók met een korting op het nieuwe tarief voor 2013 te maken zouden hebben gehad. Weliswaar levert dit voor appellante, naar zij stelt, een probleem op, nu bij haar kennelijk sprake is van een noodgedwongen samengaan van BIOS en VRR, zonder dat beide voormalige vergunninghouders elkaar openheid wensen te verschaffen over de door hen in het verleden bereikte resultaten, maar dit probleem is niet onoplosbaar. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat appellante een derde inschakelt teneinde te bepalen in welke verhouding de voormalige vergunninghouders dienen bij te dragen in de door verweerster voor 2013 vastgestelde korting op het tarief voor ambulance spoedvervoer. Naar het oordeel van het College is hier geen sprake van een zodanig probleem dat verweerder niet tot het vaststellen van het bestreden sluittarief mocht overgaan.