ECLI:NL:CBB:2014:62
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking boetebesluit AFM
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde een boete van €50.000,- op aan verzoekster wegens overtreding van artikel 5:58, eerste lid, onder a en b, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Tevens besloot AFM het boetebesluit openbaar te maken. Verzoekster maakte bezwaar tegen de boete en de openbaarmaking en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de openbaarmaking te schorsen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond en handhaafde de boete en de openbaarmaking. Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht opnieuw om een voorlopige voorziening bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Zij voerde aan dat de boete ten onrechte aan haar was opgelegd omdat de transacties via een andere entiteit waren verricht en dat de boete disproportioneel was. Ook stelde zij dat openbaarmaking ongewenste gevolgen zou hebben en dat de overtredingen lang geleden plaatsvonden.
Het College oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat de boete terecht was opgelegd en dat er geen reden was om de openbaarmaking te schorsen. De stelling dat de boete aan een andere partij had moeten worden opgelegd, werd onvoldoende onderbouwd. Daarnaast is de verplichting tot openbaarmaking van boetebesluiten in artikel 1:97 Wft Pro duidelijk en de belangenafweging liet geen ruimte voor schorsing. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de openbaarmaking van het boetebesluit wordt afgewezen.