ECLI:NL:CBB:2014:85
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vervallenverklaring GLB-toeslagrechten wegens niet-benutting
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken waarin zijn onbenutte toeslagrechten vervallen werden verklaard. Het primaire besluit dateert van 21 februari 2012, gevolgd door een bestreden besluit van 26 oktober 2012 waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat de melding 'Wijziging relatiegegevens' onjuist was verwerkt als bedrijfsoverdracht in plaats van bedrijfssplitsing, wat leidde tot onterechte toekenning van gewone toeslagrechten die aan grond gebonden zijn.
Het College oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 4 september 2008, waarin gewone toeslagrechten werden toegekend, niet ontvankelijk is omdat dit besluit onherroepelijk is geworden. Een verzoek tot herziening op grond van artikel 4:6 Awb Pro kon niet worden gehonoreerd omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die ten tijde van het oorspronkelijke besluit onbekend waren.
Verder werd geoordeeld dat de zorgplicht van verweerder niet is geschonden, aangezien het de verantwoordelijkheid van appellant is om juiste opgaven te doen en fouten tijdig te corrigeren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet vanwege het ontbreken van onderbouwing. Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vervallenverklaring van toeslagrechten wordt ongegrond verklaard.