ECLI:NL:CBB:2014:87
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt randvoorwaardenkorting wegens ontbreken permanent drinkwater voor varkens
Appellante, een varkenshouderij, kreeg bij besluit van 11 april 2012 een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd omdat tijdens een controle op 10 november 2011 werd vastgesteld dat varkens ouder dan twee weken niet permanent konden beschikken over vers drinkwater, zoals vereist in artikel 13, tweede lid, van het Varkensbesluit.
Appellante voerde aan dat de overtreding tijdelijk was vanwege een verbouwing aan de stal en dat de varkens driemaal daags brijvoer met voldoende vocht kregen, waardoor hun welzijn niet in gevaar was. Ook stelde zij dat bij een vervolgcontrole op 5 december 2011 wel aan de drinkwatervoorziening werd voldaan en dat de korting een dubbele bestraffing zou betekenen in strijd met het ne bis in idem-beginsel.
Het College oordeelde dat de overtreding terecht was vastgesteld en dat het ontbreken van permanent drinkwater een niet-naleving van de randvoorwaarden voor Europese inkomenssteun vormt, waardoor een korting opgelegd moet worden. De stellingen van appellante deden hieraan niet af. Het College verwierp het beroep op het ne bis in idem-beginsel omdat de opgelegde korting geen strafrechtelijke sanctie is, maar een administratieve maatregel binnen het GLB-sanctiestelsel. Ook was er geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel omdat verweerder gebonden is aan de Europese regelgeving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 20% bevestigd.