ECLI:NL:CBB:2015:140
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- E.R. Eggeraat
- L.F. Wiggers‑Rust
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefkorting huisartsenzorg en beheersing zorguitgaven op grond van Wet marktordening gezondheidszorg
De Landelijke Huisartsen Vereniging stelde beroep in tegen de tariefbeschikking van 16 december 2011, waarin de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een structurele korting van €98 miljoen op de tarieven voor huisartsenzorg vaststelde, gebaseerd op een aanwijzing van de minister van VWS. Het beroep betrof onder meer de rechtmatigheid van het Budgettair Kader Zorg (BKZ), de wijze van berekening van de overschrijdingen, en de toepassing van de tariefkorting op multidisciplinaire zorg.
Het College overwoog dat het BKZ een politiek-bestuurlijke kaderstelling betreft die niet inhoudelijk door het College kan worden getoetst. De minister heeft de bevoegdheid om het macrobudget vast te stellen en maatregelen te treffen bij overschrijdingen. De tariefkorting is gebaseerd op voorlopige cijfers van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), die regelmatig worden geactualiseerd. Het College achtte de tariefkorting, inclusief de aangepaste aanwijzing van december 2011, binnen redelijke beleidsruimte.
Verder oordeelde het College dat de tariefkorting ook terecht is toegepast op de multidisciplinaire zorg, ondanks dat niet alle huisartsen hieraan bijdragen, en dat de doelstelling van besparing door doelmatig voorschrijven voldoende is onderbouwd. De bewering dat de tariefkorting verkapte inkomenspolitiek zou zijn, werd verworpen omdat het doel kostenbeheersing is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de tariefkorting voor huisartsenzorg wordt ongegrond verklaard en de tariefbeschikking blijft in stand.