Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2015 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats] , appellant
de staatssecretaris van Economische zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 11.337,97.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant, een landbouwer, betwistte de vastgestelde oppervlaktes van zijn percelen 3 en 4 die de basis vormden voor de bedrijfstoeslag 2013. Verweerder had op grond van satellietbeelden en luchtfoto’s vastgesteld dat een deel van perceel 3 gras was in plaats van maïs en dat een sloot ten onrechte was meegerekend, waardoor de subsidiabele oppervlaktes werden verlaagd.
Appellant vond dat deze vaststelling onterecht was, omdat deze was gebaseerd op één luchtfoto en een computerberekening, zonder hem de mogelijkheid te geven de percelen te meten. Verweerder stelde dat de controle was uitgevoerd volgens de geldende Europese regelgeving, waarbij teledetectie en de AAN-laag als referentie werden gebruikt.
Het College overwoog dat de gebruikte methoden in overeenstemming waren met de Verordening (EG) nr. 1122/2009 en dat de luchtfoto’s voldoende duidelijk waren. Het standpunt van appellant dat meer bewijs nodig was, werd verworpen. De sloot viel buiten de subsidiabele oppervlakte en de meettolerantie was niet van toepassing. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag en perceelsoppervlakten wordt ongegrond verklaard.