ECLI:NL:CBB:2015:266
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- R.R. Winter
- J. Schukking
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van subsidievaststelling en terugvordering op grond van anticumulatiebepaling Kaderbesluit EZ-subsidies
Twence B.V. stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarbij een subsidie werd vastgesteld op €301.000 en een bedrag van €419.000 werd teruggevorderd op grond van de Tijdelijke energieregeling markt en innovatie (TERM). De kern van het geschil betrof de toepassing van de anticumulatiebepaling uit artikel 6, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies, waarbij werd betwist of het totale subsidiebedrag niet meer mocht bedragen dan het vastgestelde plafond.
Het College oordeelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde en gaf de minister de gelegenheid dit te herstellen. De minister motiveerde zijn standpunt nader in een brief, waarin werd toegelicht dat het maximale subsidiebedrag zoals bepaald in de TERM moet worden gelezen in samenhang met het Kaderbesluit en dat daarmee dubbele subsidiëring wordt voorkomen.
Het College achtte de aanvullende motivering overtuigend en verwierp het standpunt van appellante dat de handleiding bij de UKP-tender een andere uitleg gaf. Het College concludeerde dat de minister het Kaderbesluit correct had toegepast en verklaarde het beroep ongegrond.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het door appellante betaalde griffierecht en de proceskosten, omdat het procedurele gebrek in het oorspronkelijke besluit aan de minister kon worden toegerekend.
Uitkomst: Het beroep van Twence B.V. wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.