Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2015 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats 1] , appellant,
de Kamer van Koophandel, verweerster
[naam 2], te [plaats 2]
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Het geschil betreft de uitschrijving van appellant als bestuurder van een vereniging in het handelsregister. Verweerster schreef appellant uit op basis van een opgave van de toenmalige voorzitter, die tevens drie nieuwe bestuurders inschreef. Appellant betwistte de geldigheid van het besluit tot uitschrijving en stelde dat er geen geldige stemming had plaatsgevonden.
Verweerster verrichtte nader onderzoek en wachtte de eerstvolgende ledenvergadering af, waarin het ontslag van de oude bestuursleden en de benoeming van het nieuwe bestuur werd bekrachtigd. De notulen van deze vergadering werden unaniem goedgekeurd. Op basis hiervan verklaarde verweerster het bezwaar van appellant ongegrond.
Appellant voerde verder aan dat verweerster niet onpartijdig was en dat de vergadering van 13 mei 2013 irregulier was. Het College oordeelde dat verweerster zorgvuldig en onpartijdig had gehandeld, onder meer door het besluit op bezwaar aan te houden totdat nadere gegevens waren ontvangen. Er was geen bewijs voor de beschuldigingen van appellant.
Het College concludeerde dat er geen gerede twijfel bestond over de juistheid van de opgave en dat het bestreden besluit op goede gronden was genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitschrijving van appellant als bestuurder is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.