Deze tussenuitspraak betreft het beroep van TenneT tegen methodebesluiten van ACM voor de reguleringsperiode 2014-2016, waarin onder meer de Weighted Average Cost of Capital (WACC), statische en dynamische efficiëntieparameters en de vergoeding van operationele kosten van de NorNed-kabel aan de orde zijn.
Het College stelt vast dat ACM onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zij bij de vergoeding van vreemd vermogen uitsluitend rekening houdt met nieuw vreemd vermogen en niet met de hogere kosten van bestaande leningen. Dit leidt tot een ontoereikende vergoeding binnen de reguleringsperiode. Ook oordeelt het College dat de toepassing van het kostenbenchmarkmodel STENA2012 op de statische efficiëntie van TenneT onvolledig is, met name vanwege de sterke afhankelijkheid van het WACC-niveau en de outlierdetectie die het gewicht van bevolkingsdichtheid aanzienlijk verlaagt.
Ten aanzien van de dynamische efficiëntie is het College van oordeel dat ACM binnen haar beoordelingsruimte is gebleven door een combinatie van meerdere studies te gebruiken, waaronder recente data, en dat de toegepaste methode redelijk is. Het beroep van TenneT op toepassing van de dynamische efficiëntie alleen op in de benchmark betrokken kosten wordt verworpen.
Verder wijst het College het beroep af dat de operationele kosten van de NorNed-kabel uit de veilinggelden moeten worden voldaan; ACM mag deze kosten via de tarieven laten vergoeden. Het College draagt ACM op binnen zes maanden de gebreken in de methodebesluiten te herstellen en stelt TenneT in de gelegenheid daarop te reageren.