Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 juli 2015 in de zaken tussen
burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, verweerders
Procesverloop
[naam 9] aan de [adres 1] te [plaats 1] een ontheffing verleend op grond van artikel 3, tweede lid, van de Winkeltijdenwet om voor de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015 op zon- en feestdagen van 16.00 uur tot 20.00 uur voor het publiek geopend te zijn.
[naam 10] aan de [adres 2] te [plaats 2] een ontheffing verleend op grond van artikel 3, tweede lid, van de Winkeltijdenwet om voor de periode van 1 februari 2014 tot en met
31 januari 2015 op zon- en feestdagen van 16.00 uur tot 20.00 uur voor het publiek geopend te zijn.
Overwegingen
.Nu de periode waarop de ontheffingen betrekking hadden, reeds is verstreken, dient te worden beoordeeld of appellanten nog een resterend belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroepen. Ter zitting heeft de gemachtigde van appellanten in dat verband desgevraagd meegedeeld dat een oordeel van het College omtrent de wijze waarop verweerders besluiten nemen, kan worden betrokken in andere procedures. Volgens appellanten kleven aan de bestreden besluiten dezelfde gebreken als in andere besluiten die verweerders op grond van de Winkeltijdenwet hebben genomen. Zo heeft voorafgaand aan de besluitvorming ten onrechte geen inspraak en belangenafweging plaatsgevonden.
Beslissing
mr. J. Schukking, in aanwezigheid van mr. A. El Markai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2015.