Appellante heeft een subsidieaanvraag ingediend voor het project 'LBG As Transport fuel & Agent for Cooling' binnen de Subsidieregeling Energie en Innovatie, subparagraaf Groen Gas. De aanvraag werd afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het project zou leiden tot duurzame energieproductie in 2020 en een besparing op de uitgaven aan SDE+-subsidies die groter is dan de aangevraagde subsidie.
Verweerder heeft toegelicht dat de subsidie alleen kan worden toegekend indien het project kostenefficiënter is dan bestaande SDE+-technieken, wat betekent dat de productiekosten per Nm3 duurzame energie lager moeten worden. Appellante stelde dat haar project juist een besparing oplevert omdat vergisters overstappen op Bio-LNG, waardoor zij subsidieonafhankelijk zouden worden. Het College oordeelt echter dat door het wegvallen van goedkopere opties de totale SDE+-uitgaven juist zullen stijgen.
Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat een vergelijkbare subsidie ten onrechte was toegekend en niet herhaald hoeft te worden. Ook het beroep op opgewekt vertrouwen faalt omdat geen duidelijke toezeggingen zijn gedaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.