Verzoeker heeft bij de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek ingediend tot wijziging van zijn taxivergunning vanwege een nieuwe procuratiehouder. De minister heeft dit verzoek geweigerd en het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er sprake is van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. In deze zaak was de taxivergunning inmiddels bij besluit van 23 juli 2015 ingetrokken, en verzoeker had tegen deze intrekking geen bezwaar gemaakt, waardoor deze intrekking onherroepelijk was geworden.
Hoewel verzoeker aanvoerde dat de intrekking pas per 15 oktober 2015 inging en dat hij beroep had ingesteld tegen de weigering tot wijziging van de vergunning, oordeelde de voorzieningenrechter dat dit geen spoedeisend belang opleverde. De intrekking was definitief en een voorlopige voorziening zou niet leiden tot het verkrijgen van een vergunning. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.